|
| ||||||||||||
|
player>
(19 min)
| ||||||||||||
John Bell over ontwikkelingen in de liedcultuur door Lodewijk Born / Friesch Dagblad
In vrijheid kijken naar nieuwe liederen
Leeuwarden 15 januari 2010. Componist en predikant John Bell (60) uit Glasgow vindt dat zingen veel meer gestimuleerd moet worden. In achterstandswijken in Engeland blijkt het samen zingen bij te dragen aan een goede ontwikkeling bij kinderen. John Bell was afgelopen dinsdag te gast in Leeuwarden voor een drukbezochte muzikale workshop. De belangstelling liet zien dat de Iona- spiritualiteit zeer populair is. Het idee om hem voor vier avonden naar Nederland te halen bleek een schot in de roos van de Nederlandse Iona Groep. Naar de avonden in Doorn, Leeuwarden, Oss en gisteravond in Hilversum kwamen honderden mensen. Bell is dan ook niet zomaar iemand. Hij wordt gezien als een muzikale grootheid. Hoewel hij in Glasgow woont is hij niet veel thuis. "Ik ben acht maanden per jaar op reis", vertelt Bell in een restaurant in Leeuwarden. Klagen hoor je hem niet. Hij heeft als predikant en componist een muzikale missie, verbonden aan zijn diepe geloof in een "God van liefde". John Lamberton Bell werd in 1949 geboren in Kilmarnock, Ayrshire. Hij is lid van de Iona Community die 280 leden telt, vooral in Groot-Brittannië, en vijftienhonderd geassocieerde leden en tweeduizend vrienden over de hele wereld heeft. In Nederland wonen drie leden en vijftien geassocieerde leden. De Iona Community werd in 1938 opgericht in Glasgow door George MacLeod, predikant en vredeswerker. Met de wederopbouw van de kloosterruïne van Iona Abbey werd de basis gelegd voor een oecumenische gemeenschap die nu velen inspireert, zowel in als buiten Schotland. Door zijn drukke werkzaamheden is Bell zelf niet heel vaak meer op Iona. "De leden treffen elkaar door heel Groot-Brittannië heen. Een keer per maand kom ik sowieso met een groep leden bij elkaar."
Bezinnen
Bell leeft de principes van Iona voor. Door met mannen en vrouwen van verschillende achtergronden en uit verschillende christelijke tradities Jezus na te volgen. Het zijn mensen die zich willen verbinden, onderling en met alle mensen van goede wil over de hele wereld, om samen te werken, zich te bezinnen en te bidden voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping. Hij verwijst naar de vijfvoudige regel van de Iona Community: dagelijkse bijbellezing en gebed, onderling gesprek over hoe je je geld besteedt, je tijd, inzet voor gerechtigheid en vrede en onderlinge ontmoeting en verantwoording. Iona groeit enorm, vertelt Bell. "Per jaar komen er tegenwoordig 200.000 dagtoeristen. Het aantal pelgrims ligt op ongeveer tweeduizend. "Meer kan het eiland dat kleiner is dan Schiermonnikoog eigenlijk ook niet aan. "De meeste bezoekers komen uit Groot-Brittannië zelf, maar ook uit Scandinavië, bijvoorbeeld veel uit Zweden. Dat vinden we wel mooi, want daarmee keren de Vikingen terug, maar dan op een vreedzame manier", grapt hij. Want humor dat heeft Bell wel.
Vrijwilligers
Daarnaast zijn er veel Nederlandse pelgrims, uit Groot-Brittannië zelf, maar ook uit Oost-Europa, Afrika en Zuid-Amerika. Een vaste groep vrijwilligers is bijvoorbeeld steeds voor een periode van zes weken op Iona om als gastheer en -vrouw te fungeren. "We zien wel dat het steeds moeilijker voor mensen uit Afrika, Latijns-Amerika of Azië wordt om een visum te krijgen. De autoriteiten zijn bang dat mensen voor altijd blijven en via de sluiproute-Iona proberen asiel aan te vragen." Het rigide denken stoort Bell, die zich ook hardmaakt voor sociale rechtvaardigheid. "Wanneer je als buitenlander naar Engeland komt moet je al meer dan 100 euro betalen voor een gesprek om je visum te krijgen. En dan ben je nog niet eens zeker óf je het land binnen mag. Voor ons als westerlingen is het volstrekt anders. Wij kunnen gewoon reizen en niemand die dat zo inperkt." Bell is altijd een wereldreiziger én activist geweest. Hij studeerde aan de Universiteit van Glasgow waar hij in 1974 gekozen werd als president van de Students Council. Bell was vanaf het begin erg open over zijn christelijk geloof door openlijk een houten kruis te dragen. Hetzelfde doet hij ook vandaag de dag nog. Het christelijke symbool hangt zichtbaar om zijn nek. "Ik heb twee jaar in Nederland gewoond in de jaren zeventig. Ik werkte toen in de Engelse Kerk aan het Begijnhof in Amsterdam als jeugdwerker. Een prachtige en leerzame tijd." Hij hield er wat Nederlandse taalkennis aan over die hem de afgelopen week goed van pas kwam. Bell is predikant in de Church of Schotland. Samen met Graham Maule richtte hij de Wild Goose Resource Group op. Al meer dan twintig jaar stelt deze groep materiaal samen dat gelovigen, kleine groepen en kerken op lokaal, nationaal en internationaal niveau inspireert. Als resource worker is hij fulltime in dienst van Iona Community. Hij heeft bovendien een eigen programma op de BBC met hedendaagse religieuze songs uit de hele wereld. Zijn blik is cosmopolitisch. Zoals hij het dinsdagavond verwoordde: "God kwam in Jezus niet naar de aarde omdat Hij hield van een land of van een denominatie - de Dutch Reformed Church - maar omdat Hij houdt van de wereld." Europa is het continent geweest dat eeuwenlang de meeste (kerk)muziek heeft geëxporteerd. Maar waarom ook niet een keer over de landsgrenzen heenkijken als het gaat om de samenstelling van nieuwe liedbundels? Bell stelde zelf verschillende bundels samen met muziek van de "World Church". Ook in het Church Hymnary (Fourth Edition), zeg maar het nieuwe liedboek voor de Church of Scotland, werden vele christelijke liederen uit andere werelddelen opgenomen. De Schotse kerk zat in eenzelfde proces dat in Nederland nu plaatsvindt met de vernieuwing van het Liedboek voor de Kerken. In 1994 werd een commissie samengesteld die moest kijken naar de toekomst. Wat voor liedboek had de kerk nodig? Ze deed iets wat velen onmogelijk achtten. "We hebben vierhonderd van de zevenhonderd liederen geschrapt. Liefst driehonderd oorspronkelijke gezangen schrapten we. Of het moeilijk was voor de mensen? Nee, we publiceerden gewoon de lijst met liederen die afvielen. Als er ook maar tien brieven kwamen van mensen die zeiden: 'Dat lied móét terug', dan deden we dat. Uiteindelijk hoefde het maar met één lied." In totaal bestudeerde de Schotse liedboekcommissie 12.000 (!) liederen. "We hebben in negen jaar maar twee keer hoeven stemmen over een lied. Eigenlijk was het heel bijzonder hoe het ging. Alle liederen die in de bundel staan zijn unaniem aangenomen." De titel is een apart verhaal. "Church Hymnary (Fourth Edition), we vonden het eigenlijk maar niks, maar de uitgever vond dat het moest. Toen het boek uitgebracht zou worden in een buitenlandse editie wees iemand me erop dat CH4 de wiskundige formule is voor methaangas! Gelukkig hebben we er toen, voor die buitenlandse editie, Hymns of glory, songs of praise van gemaakt. "Van het in 2005 verschenen Schotse liedboek werden al 250.000 exemplaren verkocht. Wat vooral hielp bij de samenstelling was dat het niet een 'orgelliedboek' hoefde te worden. "Het orgel is een zeer dominant instrument als je het hebt over de keuze voor nieuwe liederen. Er zijn prachtige liederen waarbij orgelbegeleiding kan, maar soms kan het ook helemaal níét. Tevens willen organisten het soms alleen op hún manier waar je dan beslist niet aankomen mag. Zodra je echter jezelf de vrijheid geeft om anders naar muziek te kijken ontstaat er ruimte voor een andere beleving, ander ritme, nieuwe wegen om uiting te geven aan geloofsteksten." Het verrassende was dat de nieuwe liederen in de Schotse kerken zeer snel werden opgepikt. "Ik was in december in een kerstnachtdienst in Glasgow. Daar worden dan natuurlijk de oude carols gezongen, maar ook drie nieuwe liederen. In sommige kerken zingen ze die alleen nog maar." Zingen verbindt mensen, zo is zijn ervaring. Of je in Nigeria, Canada of Roemenië bent. En het werkt ook nog als pedagogisch middel. In een achterstandswijk in Engeland gingen kinderen tussen de middag zingen onder leiding van een non. "Er was geen enkel probleem meer op die school."
Opleving
Hij meent dat voorgangers en musici - zoals cantors en organisten - in een gemeente een zeer grote rol hebben in de acceptatie van nieuwe liederen. "Soms hoor ik: de gemeente wil al die vernieuwing niet. In de praktijk blijkt dan dat de dóminee het niet wil of de organist. Dan houdt alles op. In kerken waar het nieuwe gebruik juist gestimuleerd wordt volgt vaak een opleving. Mensen ontdekken opnieuw de vreugde van zingen. Die beweging moet ook van onderaf plaatsvinden. Een nieuwe liedcultuur kun je niet opleggen." Veelal zijn het juist de ouderen die het geweldig vinden dat er nieuwe liederen komen. Bell roept op dat zij het voortouw nemen in de acceptatie in de kerken. "Ik sprak laatst voor een groep zestigplussers in Schotland en vertelde hoe God Abraham en Sara uitkoos op hoge leeftijd. Hetzelfde gebeurde met Zacharias en Elisabeth die nog een zoon kregen die een bepalende rol zou spelen in de christelijke geschiedenis. Ik zei: God vindt jullie óók zo belangrijk. Diverse vrouwen zaten te huilen. Ze kwamen al decennialang in de kerk maar hadden die boodschap nog nooit gehoord." De Schot is inmiddels al een keer aangeschoven bij de redactie van het Nederlandse liedboekproject. De Nederlanders wilden graag weten hoe zijn aanpak was geweest. "Ik zag en hoorde daar heel goede dingen." In het Liedboek dat in 2012 zal verschijnen zullen ook enkele Iona-liederen worden opgenomen die geschreven zijn door John Bell. Op zondag 13 juni wordt aan de workshop in Leeuwarden een vervolg gegeven met een zang- en liedmiddag naar aanleiding van Columba-dag, de herdenkingsdag van de stichter van de Keltische christelijke spiritualiteit. (Bron: Friesch Dagblad, 15 januari 2010)
|