BACK

De weg naar Iona en weer terug

Een reisverslag

Het was tijd geworden om weer eens naar Iona te gaan. Het was te lang geleden dat ik er geweest was: 1988. De laatste keer had ik nog gekampeerd op het eiland en de founding father Sir Dr. George MacLeod himself meegemaakt. Ik was benieuwd te ervaren hoe het er nu inmiddels aan toegaat. Een veel betere en meer doorslaggevende reden was, dat ik getuige wilde zijn van een historische gebeurtenis: Jan Maasen, lid van het eerste uur van de Nederlandse Iona Groep, werd als eerste Nederlander ‘ge-hallowed’, gewijd tot full member van de Iona Community.

Zoals altijd is het gaan naar Iona al een pelgrimstocht op zich. We vertrokken vanaf IJmuiden met de nachtboot naar Newcastle. Eenmaal buiten Newcastle volgden we de route langs de Hadrian’s Wall die ooit diende om de Romeinen te beschermen tegen de Schotten. Eenmaal die grens overgestoken, kom je in Bonnie Scotland. De eerste grensplaats die je daarbij aan de Westkust tegenkomt is Gretna Green. Hier konden/kunnen minderjarigen zich laten huwen zonder toestemming van hun ouders door de plaatselijke blacksmith (smid). De volgende plaats heeft een tragischer plek ingenomen in de geschiedenis: Lockerbie. Hier stortte in 1988 door een terroristische aanslag van enkele Libiërs een Pan Am Jumbo neer, hetgeen 270 mensen het leven kostte waaronder 11 inwoners van het onfortuinlijke plaatsje. Iets verderop ligt Dunblane. Daar schoot in een lagere school een gestoorde man in 1997 16 schoolkinderen en hun lerares koelbloedig dood. Lockerbie en Dunblane, de namen van deze plaatsjes blijven verbonden met deze gruwelijke gebeurtenissen.

De snelweg leidt verder langs Glasgow (van: green hollow, Glesca in het Schots), de tweede stad van Groot-Brittannië. Dit is een van de meest geïndustrialiseerde gebieden van Groot-Brittannië. De ouderwetse hoogbouw en de verouderde fabrieken staan er troosteloos bij en maken een grimmige indruk. Door een verkeerde afslag te nemen kwamen we uit op de Great Western Road, midden in de stad. Hierdoor reden we pal langs het voormalige huis van John Bell, de muzikale motor achter de Iona Community. Dit is vlakbij de wijk Govan van waaruit Ds. MacLeod zijn plan bedacht om de abbey van Iona te herbouwen. Een historische rit dus. Iona lijkt heel ver weg hiervandaan en dat is het ook; toch is hier de grondslag gelegd voor de Iona Community. Het eiland Iona en de wijk Govan van Glasgow zijn verbonden door een vitale spiritualiteit. Iona, vaak verwoest en steeds weer opgebouwd. Govan, de wijk waar gewone mensen hun brood verdienen en tussen hoop en misère proberen te overleven. Twee plekken die getuigen van hoe mensen inspiratie kunnen vinden en overdragen.

De volgende dag zijn we naar Oban gereden. Om naar Iona te gaan moet je de boot nemen naar Mull, het op één na grootste eiland van Schotland. Alleen Skye is groter. De volgende dag kozen we een van de twee wegen die Mull rijk is: de weg naar Fionnphort, nodig om de voetpont naar Iona te nemen. Het is een smalle weg met af en toe een plek om tegenliggers te laten passeren. Om je heen zie je de groene heuvels en passeer je plekken die uitzien over het wijde water. Aan de andere kant van het eiland gekomen, zie je dan eindelijk Iona liggen. De overtocht is maar kort, maar maakt wel duidelijk hoe afgelegen Iona ligt. We zetten voet aan wal en liepen naar de abdij.

De viering waarin Jan Maasen werd ingewijd als full member van de Iona Community was een aparte ervaring. Na de viering was er gelegenheid om de nieuwe members te feliciteren. Hierna werden we onthaald op een werkelijk fantastische maaltijd afgesloten met een delicieus dessert (inclusief heerlijke chocoladetaart) in het MacLeod Centre. Zelfs werden we nog welkom geheten door Kathy Galloway. Het weer was zacht, de zon scheen, alles bijeen een feestelijke dag. We hebben nog een paar dagen verbleven op het schitterende eiland Mull. Het klimaat is er ruw, het landschap overweldigend mooi in zijn rauwheid en leegte. Steeds ben je je bewust van de zee die het eiland omspoelt. Je kunt je dan heel kwetsbaar en nietig voelen, blootgesteld aan de elementen, dichtbij de hemel.

Zo’n 100 kilometer ten zuiden van Oban ligt op het schiereiland Knapdale vlakbij Achahoish een bijzondere plek. Het is Columba’s Cave. In een baai waar een zeehond op een rotsblok lag te zonnen aan het strand, ligt verborgen in een rotswand een diepe grot. Hier zou Columba tijdens een van zijn vele reizen hebben verbleven. Een simpel bordje bijna met planten overgroeid, geeft de richting aan. Het kost wat moeite om door het struikgewas de grot te bereiken. Die is dieper dan je zou verwachten. In de grot staat een eenvoudig altaar. Erboven is een kruis uitgehakt in de ruwe rotswand. Op het altaar stond een kaars die we hebben aangestoken. In stilte stonden we voor het altaar en even leek het alsof de tijd was blijven stilstaan. Een droomplek. Alsof zo Columba en zijn metgezellen zouden kunnen terugkeren om te schuilen voor de regen. Een plek zo Spartaans als alleen de oude Ierse monniken kenden, tegelijk zo vervuld van spiritualiteit als ik zelden eerder heb meegemaakt. Een bidplek.

Een tiental kilometers zuidwaarts een evangelische camping. Op eigentijdse wijze vlakbij een strand met een magistraal uitzicht op de eilanden Jura en Islay, waar Columba zo zou kunnen landen, zoekt men hier met campinggasten naar hedendaagse expressie van het christelijke geloof. Over continuïteit gesproken.

Anderhalve week later hebben we aan de andere kant van Schotland, de Oostkust, Landisfarne, holy island, bezocht, gesticht door een van de monniken van Iona. Dit gedeelte van Groot-Brittannië hoort nu bij Noord-Engeland. Het eiland is bereikbaar door een verbindingsweg die bij vloed snel onderloopt. Dat maakt het bezoek aan deze plek wel bijzonder. Een bescheiden gemeenschap probeert iets van de religieuze traditie voort te zetten in een door toeristen overstroomd gebied, geen eenvoudige opgave. Op de terugweg naar de camping in North-Berwick reden we door een klein dorpje genaamd Whitekirk. Getroffen door het mooie kerkje stapten we uit en bekeken het van binnen. De kosteres die net kwam aanlopen bleek 8 jaar op Iona gewerkt te hebben als lerares in het plaatselijke schooltje. Een baan met een bijzondere uitdaging. Niet alleen was het niet eenvoudig om alle kinderen te helpen, maar ook de lange winters maakten het bestaan daar tot een ware opgave. Ze vertelde dan ook dat haar dagboekaantekeningen voornamelijk over het weer gingen. Als anekdote vertelde ze dat ze als vrijwilliger in de abdij ooit nog eens het ochtendgebed een half uur had opgehouden omdat ze niet tijdig de tientallen gepocheerde eieren, bestemd voor het ontbijt, uit de pan had kunnen krijgen. Ja, het is hard werken voor de vrijwilligers in de abdij!

Ten zuiden van Landisfarne ligt Whitby. Hier werd tijdens een synode in 664 de Keltische kerk ondergeschikt gemaakt aan de Romeinse rite. Van de eens zo imposante kathedraal van Whitby rest niet veel meer dan enkele stukken muur. De Keltische spiritualiteit blijkt daarentegen nog springlevend. De laatste jaren is er duidelijk een hernieuwde belangstelling voor de rijkdom van het Keltisch christendom te bemerken. Het is mede om deze reden dat Iona tegenwoordig door vele pelgrims wordt bezocht. En zoals gebleken: zo’n reis is zeker de moeite waard!

Lambert Moll

BACK TOP