BACK

Verblijf op het eiland Iona

"Je moet er geweest zijn", zeiden de mensen die we ontmoetten tijdens vieringen, weekenden e.d. van de Nederlandse Iona Groep. "De hemel, de aarde, de zee, de natuur, de vieringen, alles is met elkaar verbonden; die hele sfeer, het verblijf in een eeuwenoude abdij, het is niet onder woorden te brengen." Dit is het gevoel dat ook wij hebben, na onze reis naar Iona. Ik wil daar graag iets over vertellen. Er was heel wat aan de reis voorafgegaan. Als ik iemand in het kader van onze vieringen in de Doopsgezinde Kerk te Drachten iets vertelde over de Iona-gemeenschap, werd mij ui- teraard altijd de vraag gesteld of ik zelf al eens een 'pelgrimsreis' naar de bakermat van deze beweging had ondernomen. Sinds 2002 ermee verbonden, hadden we meer dan eens een reis gepland, maar telkens weer kwam er wat tussenbeide. Aan het begin van dit jaar begrepen we, dat het nu of nooit was en hakten we de knoop door. We konden mee met een groepsreis, en mochten als enigen een kortere route nemen.

De heenreis

En zo waren mijn vrouw en ik van 26 april tot 2 mei 2008, samen met veertien andere reisgenoten, waarvan de meesten Friezen en voor de helft doopsgezinden, te gast in de abdij van de Iona Community op het gelijknamige eiland. Vr we op reis gingen hadden we elkaar als groep al drie keer ontmoet en dat was heel belangrijk. Het thema voor onze week was 'gathering place'.

De ontvangst

De ontvangst was hartelijk: onze bagage werd bij de aanlegsteiger opgehaald, we liepen het laatste stuk van de 'pelgrimsreis' naar de abdij, stapten door de poort de vierkante kloosterhof in en werden in de refter van het eeuwenoude gebouw ontvangen met thee en heerlijke koek. Die hartelijkheid hebben we trouwens gedurende de hele week ervaren: in de zorgvuldige omgang en benadering van de mensen, maar ook in het eigengebakken brood en de met zorg vervaardigde eenvoudige maaltijden (vegetarisch: alleen op zondag vlees). Het hoort bij de spiritualiteit van de Iona-gemeenschap. Behalve onze groep waren er in deze week in de abdij twaalf mensen uit Canada te gast, plus nog een paar mensen, die op eigen initiatief waren gekomen. We kregen een kleine kamer met een meterdikke muur toegewezen en via het 30 cm. smalle raam zagen we uit op de schapen en de zee. In een moderner gastenverblijf aan de overkant verbleven ongeveer 50 gasten, meest jongeren, met een eigen programma. Wel waren onder andere de vieringen en de pelgrimstocht gezamenlijk.

De dagindeling

In de abdij ontbijten we om kwart over acht en om negen uur is er een 'service', een korte dienst in de prachtige, eenvoudige, eeuwenoude kerk van grove granietblokken met gotische bogen en ramen. De dienst is goed te volgen via het engelse worshipbook (boek voor de eredienst), met prachtige respons-teksten. Daarna is er corvee als wezenlijk onderdeel van het programma (handen uit de mouwen: van groente schoonmaken tot wc's schoonmaken). Zo is de ochtend al een eind op streek. Soms vinden er vervolgens bijeenkomsten plaats in groepjes van 3 of 4 personen, met een kort nagesprek, o.a. over psalm 139, welke psalm de hele week een basis vormde voor andere gesprekken. Op dinsdag is er de pelgrimage over het eiland, met stiltemomenten op een berg, in een diepte of op een kruising: symbolen voor ieders levensweg. Het hoogtepunt is het moment op het strand aan de Atlantische Oceaan, waar je n steen opraapt om zover mogelijk in het water te gooien. Dit symboliseert je zorg en moeite die je los mag laten. En je pakt een tweede steen om mee te nemen ter herinnering aan deze daad.

Op woensdagmiddag (de enige dag, dat het goot van de regen) was er een boottocht naar het naburige eilandje Staffa, met een wonderbaarlijke kust van verticale basaltpilaren, waar de zeldzame papegaaiduikers huizen: een prachtig vogeltje met een knaloranje snavel. De vogels komen vlak bij je omdat ze dan veilig zijn voor de rovende zeemeeuwen. (Zelf zit ik met een elektrisch kacheltje aan m'n voeten in de bibliotheek en lees in Ian Bradley's 'Keltische spiritualiteit', zojuist opnieuw verschenen.)

De avonden

Een sterk accent ligt op de avonden, steeds onderverdeeld in een sessie van half acht tot half negen en een dienst om negen uur. Op zaterdagavond word je welkom geheten. Op zondagavond wordt eerst verteld waar de gemeenschap voor staat en is de dienst voornamelijk een stilte-dienst en mag je innerlijk tot rust komen. We hebben dan 's morgens al een prachtige avondmaalsdienst gehad; een Taizelied zingend, verlieten we de kerk naar de kloosterhof, waar iedereen die de kerk verliet aan beide zijden van de kloostergang ging staan en door bleef zingen tot de laatsten tussen de rijen door in de hof waren aangeko- men. Daar wachtte de koffie en vele gesprek- jes en kennismakingen.
Op maandagvond gaat het vooral om vrede en gerechtigheid, de twee pijlers waarop de hele gemeenschap rust. Ook de heelheid van de schepping komt daarbij in het vizier. Op dinsdagavond is het tijd voor een dienst van 'heling'. We hebben dan de pelgrimstocht achter de rug, waarin er veel ruimte is gekomen voor wat er aan gebrokenheid is in ons leven. In de 'healing service' gaat het niet om lichamelijk genezing, al wordt deze niet uitgesloten, maar om 'heling', bevrijd worden van wat je innerlijk dwars zit en je verhindert volop en met vreugde te leven. Mijn vrouw en ik kenden dergelijke helingsdiensten wel: je komt naar voren en knielt op een kussen om de zegen van God te ontvangen. In de abdij van Iona ben je in een kleine kring, de drie-enige God wordt aangeroepen om in ons lichaam, ons binnenste en onze geest binnen te komen en alles wat ons schade toebrengt te helen. Mensen in een grote kring achter ons leggen de hand op je schouder. Op Iona betekende deze zegening heel veel voor ons en dat hing ongetwijfeld samen met het geheel van alles, wat we daar meemaakten.
Op woensdagavond is er een dienst van verbintenis. Een van de liederen uit de Ionabundel luidt: 'Wil je opstaan en Mij volgen?' en daar komt het in deze orde op aan. De heelheid van de schepping, die al eerder in de week de aandacht heeft gekregen, is uitgebeeld door een grote cirkel van stenen, planten, bloemen, schelpen, zeewier. Buiten de cirkel ligt een stapel stenen, daarvan kun je er een oppakken en in de cirkel leggen, als symbool van je 'commitment', het accepteren van je opdracht. Op de donderdag - en laatste avond wordt het avondmaal weer gevierd. Op een lange tafel tussen de koorbanken liggen weer allerlei symbolen van zee, lucht, water, stenen, groen, handen, voeten e.d. en wijn en mooi rond stevig volkorenbrood, dat in stukken wordt gebroken. Elke bank krijgt een stuk, waarvan je zelf een stukje afbreekt en weer aanreikt aan je buurvrouw. Juist op dat moment besef je, wat je hebt beleefd en dat je met elkaar een eenheid vormt. Het gaat met je mee en beschrijft in de weken, die volgen, steeds wijdere kringen. Het bijzondere van Iona is ook, dat je daar niet mag blijven. Je moet terug naar de plaats waar je vandaan komt, waar je leeft en werkt. Daar moet het gebeuren, zoals het in de dagen van MacLeod in Glasgow gebeurde. (zelfs de vele vrijwilligers uit diverse landen mogen niet langer dan drie maanden blijven).

De impact (invloed, uitwerking)

De volgende morgen staat de hele staf bij het veer om ons uit te wuiven. Het klinkt misschien vreemd, maar zes dagen op Iona is meer dan genoeg. Je leeft daar namelijk zo intensief, dat we na een paar dagen 's middags niet meer naar (alternatieve) bijeenkomsten (zanguur bijvoorbeeld) gingen, maar liever gingen wandelen. Want de zon, de zee, de luchten en het licht spraken ons zeer aan. Er staat voortdurend een straffe wind, maar daartegen kun je je kleden. De wereld is op Iona soms ver weg en je voelt je er dichter bij God. Een heel dunne lijn scheidt daar de hemel van de aarde. En in het waaien van de nu eens noordenwind en dan weer de zuidenwind ervaar je de adem van de Geest. Het is niet uit te leggen, maar zelfs de schapen en de lammetjes, die daar in grote getale rondlopen, verraden de aanwezigheid van de Herder. Het is de sfeer, waarin we voortdurend verkeren, die zulke ervaringen in ons oproept.
En weken na onze thuiskomst zijn de herinneringen nog vers. Datzelfde horen we van onze reisgenoten. Je moet er inderdaad geweest zijn om erover mee te kunnen praten.
Er is intussen een prachtig boek over deze reis samengesteld, dat tijdens een volgende Ionaviering ter inzage ligt. Wie daarin te zijner tijd bladert, mag bedenken, dat deze zestien pelgrims ook veel met elkaar hebben gedeeld. Dat was tijdens de renie op zondag 29 juni jl. goed te merken.

Gijs van der Veere

BACK TOP