Een nieuw Jerusalem aan het einde van de wereld

 In 2017 en 2018 deed een team van archeologen van de Universiteit van Glasgow opgravingen op het terrein van Iona Abbey. Ze lieten zich daarbij leiden door een eerder groot opgravingsproject onder leiding van Charles Thomas in de jaren 1956-1963. Zoals dat wel bij meer campagnes gebeurt, had Thomas lang niet al zijn bevindingen gepubliceerd en was een deel van zijn aantekeningen en vondsten zelfs in vergetelheid geraakt. Al eerder heb ik in GH 46 beschreven, hoe dit oorspronkelijke materiaal weer is teruggevonden en hoe op basis daarvan in 2017 de resten van een hut zijn gevonden uit de tijd van Columba. Met de archeologische technieken van tegenwoordig kunnen veel nauwkeuriger dateringen gedaan worden. Dezelfde archeologen, die deze resten hebben gevonden, (Ewan Campbell en Adrián Maldonado) hebben begin 2020 een overzichtsartikel gepubliceerd. Daarin proberen zij de vondsten en bevindingen van Charles Thomas en hun eigen materiële vondsten uit 2017 en 2018 in een groter kader te plaatsen, met gebruikmaking ook van historische geschriften van Adomnan, de negende abt van Iona en biograaf van Columba, en theologische inzichten.

Aan het eind van hun artikel schetsen zij een portret van de vroegmiddeleeuwse monastieke opzet van Iona en verbinden die met de wereldbeschouwing van de christelijke monniken, zoals die naar voren komt in de geschriften van Adomnan.  Op Iona vind je alle elementen om die plek als monastiek te beschrijven: een door een wal omringd gebied, een kerk, stenen markeringen, relieken, begraafplaatsen, boekproductie, voedselproductie, metaalbewerking, een landgoed en bijgebouwen zoals molens en schuren.
 Dit heilige landschap van kapellen, relieken, hoogkruizen, begraafplaatsen en kloosterverblijven vormt de achtergrond voor de dagelijkse rituelen en liturgie van de kloostercommuniteit, processies op heilige dagen, pelgrimages en begrafenisprocessies.

De geplaveide weg

 Het centrale verbindende element voor al deze activiteiten was de geplaveide weg, die uniek was voor deze tijd en regio. Vrij algemeen werd aangenomen, dat na de Romeinse tijd eeuwenlang er geen nieuwe wegen meer werden aangelegd. Maar dat is wel gebeurd op Iona. De weg liep van Martyr's Bay (achter de pub) via de kapel van St Ronan (waar nu de dorpskerk staat), en St Onan's chapel naar de kapel met de schrijn van Columba. Er moeten minstens zeven stenen hoogkruisen langs de weg hebben gestaan. Bij de Abbey stonden drie hoogkruizen, (St John's en St Martin's staan er nog), en op andere plekken langs de route zijn de stenen voeten gevonden van enige andere. Schriftelijke bronnen spreken over nog meer hoogkruisen. Over de betekenis van die hoogkruisen wordt veel gediscussieerd: zijn het grensmarkeringen, hulpmiddelen voor onderricht, plekken om te bidden, reliekhouders, staties voor processies tijdens de quatertemperdagen of weerkruisen? De auteurs beperken zich tot een verwijzing naar Adomnan, die meldt dat al tijdens het leven van Columba drie kruisen zijn opgericht om te herinneren aan belangrijke gebeurtenissen en dat die dienden als staties voor bezinning en gebed, zowel voor de monniken op weg naar de velden die zij bewerkten als de pelgrims op weg naar de schrijn van Columba.

 Latere devotionele praktijken die zich rond deze monumenten ontwikkelden laten een grote verscheidenheid zien. Zo heeft de kruisvoet in de Reiligh Odhrain een uitgesleten gat, dat is ontstaan door het ronddraaien van een steen als deel van een ritueel. Een rechthoekig bassin buiten bij de westelijke deur van de Abbey stond bekend als 'de bakermat van de noordenwind'. Het werd traditioneel gebruikt voor het wassen van de voeten door pelgrims, wat ook bekend is van sommige Ierse pelgrimsoorden. Mogelijk is dit ook het bassin, waar volgens Adomnan de monniken hun handen en voeten wasten voordat ze de kerk betraden. De voet van het St Martin's Cross heeft een ongebruikelijke vorm, die door pelgrims gebruikt zou kunnen zijn om hierop te knielen. Tenslotte staat de put, die zich juist buiten de westelijke deur van de middeleeuwse abdij bevindt, op een ongebruikelijke positie voor een laatmiddeleeuwse put. Mogelijk was het een overblijfsel van een vroegere cultus, die zijn focus behield in christelijke tijden of die een nieuwe functie kreeg als doopvont.

Vergelijking met Jerusalem

De geplaveide weg is ontworpen als een processieweg naar de kapel met de schrijn van Columba en lijkt zo welbewust een echo te zijn van de reis van een pelgrim naar het graf van Christus in Jerusalem. Dit komt ook overeen met de interpretatie door Jane Hawkes van de figuratieve scenes op het St Martin's kruis als beelden van redding. Ze staan alleen op de westkant van het hoogkruis, die je aan je rechterhand ziet als je over de geplaveide weg naar de heilige kern van de site gaat. Een schematische vergelijking van de plattegrond van de kerk van het Heilig Graf in Jeruzalem met die van de eerste kerkgebouwen op Iona laat een aantal mogelijke parallellen zien. (zie afbeelding)

De positie van de vroegste kloosterkerk op Iona is onbekend, maar de meeste deskundigen gaan er van uit, dat de Benedictijnse kathedraal gebouwd is boven deze oude kerk, zoals dat bij veel andere kerken ook het geval is. Als die oude kerk gezien wordt als een parallel met de basiliek van Constantijn op de berg Golgotha, dan spiegelt de kapel met de schrijn van Columba de locatie van de graftombe van Christus. Er zijn meer parallellen. De plek van de kruisiging op Golgotha, die in Adomnan's tijd werd bewaard als een gespleten rots met een zilveren kruis op de plek waar het echte kruis had gestaan, spiegelt die van het St John's hoogkruis, dat mag worden beschouwd als een metaforische representatie van het echte kruis. Het mogelijk iets latere St Martin's hoogkruis, met zijn getrapte massieve rots voet, mag ook zijn bedoeld als gelijkend op de steen van Golgotha. Mogelijk zijn de drie stenen hoogkruizen ook bedoeld als weerspiegeling van de drie kruisen op Golgotha ten tijde van Jezus kruisiging.
 Tegenover de westelijke deur van de basiliek in Jerusalem bevond zich een geplaveide binnenplaats (plateola op de plattegrond) die correspondeert met een met dezelfde naam aangeduid gebied in Adomnans verslag van het dagelijkse leven op Iona. Opgravingen hebben laten zien, dat dit gebied geregeld opnieuw is geplaveid. In Jerusalem bevond zich ten zuiden van deze plateola de kapel van de H. Maria, die qua positie overeen komt met St. Oran's chapel. Tenslotte bevond zich op het plein tegenover de basiliek de smalle schrijn van de Kelk, die overeenkomt met de plek van de put op Iona, waarbij mogelijk beide levengevend water symboliseren.

Andere voorbeelden

 Het nabouwen van Jerusalem is niet uniek voor Iona. In de vroege Middeleeuwen gebeurde dit ook elders. Een mooi voorbeeld is de kerk van Santa Croce in Gerusalemne in Rome, die volgens de overlevering is gesticht door Helena, de moeder van keizer Constantijn. Aanvankelijk heette die kerk kortweg 'In Hierusalem', bezat zij enige relieken van het echte kruis en werd er aarde uit Jerusalem over de vloer gestrooid om een Jerusalem in Rome te creëren. Op eenzelfde manier bootste in San Stefano in Bologna de vijfde eeuwse kerk van het Heilig Graf de Heilig Grafkerk in Jerusalem na. Ze waren niet direct getrouwe kopieën in de moderne zin, maar ze hadden wel belangrijke elementen gemeenschappelijk. Gezien het feit, dat Adomnan zich veel moeite heeft getroost om in zijn Vita Columbae de parallellen tussen Christus en Columba te benadrukken en hij grote belangstelling had voor Jerusalem, niet alleen als pelgrimsoord, maar ook als theologisch concept, willen Campbell en Maldonado wel de conclusie trekken, dat Adomnan c.s. een welbewuste poging hebben gedaan om op Iona Jerusalem 'aan het einde van de wereld' te reproduceren.

Voor de vroegmiddeleeuwse geest was liturgie in staat 'om over tijd en ruimte te springen'. Dat stelde de monniken op Iona in staat om te geloven dat zij zich echt in het Jerusalem van Christus bevonden en dat hun eigen spirituele weg overeen kwam met die van Christus. Op Iona kon die spirituele weg fysiek worden uitgedrukt door de Street of the Dead (de geplaveide weg) te volgen, intellectueel door bezinning op de structuren op bladen in het Book of Kells en emotioneel door het reciteren van psalmen zoals psalm 47. Als je na de coronatijd een reis naar Jerusalem te ver of te riskant vindt, dan biedt Iona nu een aardig alternatief.

Jan Maasen

Grieshog 61 januari 2021